Aflevering 20
Gepubliceerd door Redactie op 2010/7/29 (204 keer gelezen)
Korte en wat langere verhaaltjes van Ada van Noordwijk uit haar gelijknamige kinderboek om te lezen of vóór te lezen.
Ik heb een hondje.
Een klein wit hondje.
Hij heet Pinky.
En wij wonen in Overschie.
Ik ga veel met hem uit wandelen.
Pinky heeft veel hondenvriendjes en vriendinnetjes.
Er gebeurt elke dag wel wat.
Hondje Pinky kan zelf niet praten.
Daarom heb ik zijn verhaaltjes opgeschreven.
Voor jullie!
Pinky vertelt:

‘Op een dag zat ik weer eens op de bankleuning naar buiten te kijken. Ik zag Bobby lopen en ik begon te blaffen. Het vrouwtje vroeg: ‘Wat is er Pinky? Wat zie je?’ Ze keek ook naar buiten en zei: ‘Aha, je wilt zeker naar Bobby toe?’ Ze deed haar jas en schoenen aan en ik kreeg mijn riem om. Buiten rende ik op Bobby af en weet je wat ik deed? Nu plaste ík tegen Bobby aan! Oók tegen zijn buik en tegen zijn pootjes!
‘Hey joh’, zei de jongen die bij Bobby hoort, ‘dat màg niet hoor! Viezerik!’ Maar het vrouwtje zei: ‘Dat mag wèl hoor! Vorige week deed Bobby het bij Pinky en nu doet hij het terug! Nu is Pinky de baas. Ze staan gelijk!’
Ik wilde voor die dag niets meer met Bobby te maken hebben. Hij ging met de jongen de ene kant op en ik met mijn vrouwtje de andere.
Maar vandaag is het anders. Het vrouwtje staat de heg te knippen in de voortuin. Ik mag ook mee naar buiten. ‘Kijk uit met oversteken,’ zei het vrouwtje en ik ga naar het grasveld. Wie komt daar aan gelopen? Bobby! Ik ga plat op mijn buik liggen. Pas wanneer Bobby vlak bij mij is, spring ik naar hem toe. Bobby kwispelt met zijn staart. Ik ook. We willen best met elkaar spelen. Gelukkig mag Bobby ook zonder riem. Nu kunnen we wedstrijdje doen, wie het hardste rent. Maar Bobby is bijna net zo groot als ik en we kunnen allebei even goed rennen. Niemand loopt vóór, we zijn steeds tegelijk! Dan is er niemand de baas. Nu zijn we dus vriendjes geworden.’
Volgende keer vertel ik weer een verhaaltje.
Reageren? ada@schrijft.nl
Ik heb een hondje.
Een klein wit hondje.
Hij heet Pinky.
En wij wonen in Overschie.
Ik ga veel met hem uit wandelen.
Pinky heeft veel hondenvriendjes en vriendinnetjes.
Er gebeurt elke dag wel wat.
Hondje Pinky kan zelf niet praten.
Daarom heb ik zijn verhaaltjes opgeschreven.
Voor jullie!
Pinky vertelt:

‘Op een dag zat ik weer eens op de bankleuning naar buiten te kijken. Ik zag Bobby lopen en ik begon te blaffen. Het vrouwtje vroeg: ‘Wat is er Pinky? Wat zie je?’ Ze keek ook naar buiten en zei: ‘Aha, je wilt zeker naar Bobby toe?’ Ze deed haar jas en schoenen aan en ik kreeg mijn riem om. Buiten rende ik op Bobby af en weet je wat ik deed? Nu plaste ík tegen Bobby aan! Oók tegen zijn buik en tegen zijn pootjes!
‘Hey joh’, zei de jongen die bij Bobby hoort, ‘dat màg niet hoor! Viezerik!’ Maar het vrouwtje zei: ‘Dat mag wèl hoor! Vorige week deed Bobby het bij Pinky en nu doet hij het terug! Nu is Pinky de baas. Ze staan gelijk!’
Ik wilde voor die dag niets meer met Bobby te maken hebben. Hij ging met de jongen de ene kant op en ik met mijn vrouwtje de andere.
Maar vandaag is het anders. Het vrouwtje staat de heg te knippen in de voortuin. Ik mag ook mee naar buiten. ‘Kijk uit met oversteken,’ zei het vrouwtje en ik ga naar het grasveld. Wie komt daar aan gelopen? Bobby! Ik ga plat op mijn buik liggen. Pas wanneer Bobby vlak bij mij is, spring ik naar hem toe. Bobby kwispelt met zijn staart. Ik ook. We willen best met elkaar spelen. Gelukkig mag Bobby ook zonder riem. Nu kunnen we wedstrijdje doen, wie het hardste rent. Maar Bobby is bijna net zo groot als ik en we kunnen allebei even goed rennen. Niemand loopt vóór, we zijn steeds tegelijk! Dan is er niemand de baas. Nu zijn we dus vriendjes geworden.’
Volgende keer vertel ik weer een verhaaltje.
Reageren? ada@schrijft.nl
| Bladeren door de artikelen | |
Aflevering 21
|
Aflevering 19
|
|
De reacties zijn eigendom van de posters. We zijn niet voor de inhoud verantwoordelijk.
|























